06-24677265 frouke@spicypepper.nl
Hoe kom ik van mijn slechte eetgewoontes af?

Hoe kom ik van mijn slechte eetgewoontes af?

We hebben ze allemaal wel eens: een slechte eetgewoonte. Snoepjes eten in de auto of tijdens het studeren of elke avond om 21.30 uur een wijntje met wat te snacken voor de tv. En wellicht ben jij het type dat de Ikea nooit verlaat zonder een broodje hotdog of softijsje. Niet omdat je er ècht zin in hebt, maar omdat je er nu toch bent (of omdat je je kind hebt aangeleerd dat het altijd een ijsje krijgt als je bij Ikea bent, oooops). Gewoonte dus eigenlijk.  Eetgewoontes kunnen al in hele kleine dingen zitten: het vaste toetje na het eten (terwijl je eigenlijk al genoeg hebt gehad) of altijd weer dat koekje bij de koffie (terwijl je er niet persé zin in hebt).

Gewoontes zijn functioneel

Mensen zijn gewoonte-dieren. Daar gedijen we goed bij. Dan weten we waar we aan toe zijn en dan vormt er zich geen bedreiging. We weten wat er gaat gebeuren en we weten wat we kunnen verwachten. Gewoontes zijn heel functioneel. Alleen zijn slechte gewoontes niet zo heel handig.

Onderzoek

In 2010/2011 is er in op University of Southern California ooit een onderzoek gedaan naar gewoonte-eters. Uit dat onderzoek bleek dat de plek waar je iets eet vaak belangrijker is dan hoe iets smaakt. In dit onderzoek werden bioscoopbezoekers uitgenodigd voor een film met een grote bak popcorn.

“De ene groep kreeg lekkere warme verse gepofte maïs terwijl de andere het moest doen met de restjes van afgelopen week. Na afloop werd er gekeken hoeveel er uit de bakken was gegeten en gevraagd of de testpersonen vaker popcorn aten in de bioscoop. Mensen die niet gewend waren popcorn te eten tijdens de film lieten de oude popcorn staan omdat íe niet lekker was. De groep vaste eters at ook de oude popcorn op.”

Je hersenen leggen een verbinding tussen de locatie en de handeling van iets eten. Zo ontstaan dus vaak gewoontes. Denk maar aan de eerder genoemde situaties: in de auto, bij Ikea, aan je bureau, op de bank voor de tv…

Pavlov

Heb je wel eens gehoord van de hond van Pavlov? De Russische dierenliefhebber Ivan Pavlov was een fysioloog die honden inzette om mensengedrag te onderzoeken.

Pavlov ontdekte dat er een verband kan ontstaan tussen 2 dingen die niets met elkaar te maken hebben. Pavlov had een hond die elke dag eten kreeg. De hond begon al met kwijlen als Pavlov met de voerbak aan kwam lopen. Pavlov voegde er iets extra’s aan toe. Vlak voordat hij de voerbak neerzette, liet hij een belletje rinkelen. Dit herhaalde hij een aantal dagen achter elkaar. Totdat hij een keer met het belletje rinkelde, zonder het eten neer te zetten. Toch ging de hond er van kwijlen, terwijl er geen eten werd neergezet. Het rinkelen van de bel was voor de hond gekoppeld aan eten, waardoor hij ging kwijlen.

Dit noemen ze een geconditioneerde reflex. Een reflex (kwijlen) die gekoppeld wordt aan iets anders (de bel) dat eigenlijk niets met eten te maken heeft. En zo komen onbedoelde patronen en gewoontes tot stand. Ja, ook bij mensen!

Verandering van gewoonte

Stel dat ik nu de komende maand voor jou ga bepalen wat je eet en wanneer je eet. Dan kun je waarschijnlijk nu al bedenken wat voor jou de lastige momenten worden. Meestal zijn dát de gewoonte-momenten. Je merkt het (vaak achteraf) na de vakantie of wanneer je heel druk bent geweest (bijv. een verhuisdag). Dan zijn deze gewoontes even niet aanwezig omdat je dagelijkse structuur dan totaal anders is.

Maar hoe kom je nu van je gewoontes af?

Niet door ze simpelweg af te leren, zoals je waarschijnlijk zou denken. Wanneer je focust op iets af te leren, dan focus je eigenlijk op iets negatiefs. Indirect vertel je jezelf dat je iets niet goed doet, dat iets er niet meer mag zijn. Dat het beter of anders moet. Klinkt heel negatief hè? Als je jezelf vertelt dat iets ‘niet’ meer mag dan is de kans groot dat het kan mislukken en dat je het gevoel krijgt dat je hebt gefaald.

Wat je beter kunt doen is je negatieve gewoonte ‘overschrijven’ (net als bij een computer) door een nieuwe, positieve gewoonte. Ga maar eens bij jezelf na wat je zou voelen als je je zou focussen op het aanleren van iets nieuws. Als je je zou richten op een nieuwe gewoonte. In plaats van snoepen tijdens het autorijden, liedjes van de radio meezingen. Of in plaats van altijd maar een toetje na het eten, even te voelen of je nog wel een toetje zou willen. Dit geldt natuurlijk ook voor grotere ‘gewoontes’: na het werk niet meteen met de neus de koelkast in, maar met een kopje thee bij het raam gaan zitten, bijvoorbeeld.

Eigenlijk maakt het niet eens zoveel uit wát je nieuwe gewoonte wordt, als je je maar focust op dat je jezelf iets nieuws aan het aanleren bent. Iets nieuws leren kan namelijk nooit fout gaan, je kunt daar niet in falen. Je bent aan het leren dus elke keer weer kun je dit opnieuw oppakken. Iets nieuws leren is ook gewoon veel leuker dan iets stoms afleren.

Neem de tijd

Nog even een handig feitje: je hersenen (met name je reptielenbrein) heeft zo’n 42-90 dagen nodig om een nieuwe gewoonte aangeleerd te krijgen. Verwacht dus niet van jezelf dat je dit binnen 1 week onder controle hebt. Zo werkt het namelijk niet in de hersenen. Ook gaan je hersenen (weer dat reptielenbrein) weerstand bieden tegen jouw nieuwe gewoonte. Probeer die weerstand te zien als iets goeds, dat er daadwerkelijk iets aan het veranderen is. Je reptielenbrein zal proberen jouw gedachten en gevoelens te beïnvloeden. Dus probeer daar niet in mee te gaan en blijf je ‘gezonde’, rationele verstand gebruiken.